“Ik maak haar dood”


Vandaag hoorde een 71-jarige man in de rechtbank zijn vonnis. Hij kreeg voor poging tot doodslag op zijn vrouw (ja,u leest het goed), 394 dagen celstraf.

Ik hoor u denken.

394 dagen celstraf. En daar gaat dan zijn voorarrest van 360 dagen af. Dan blijven er na een kort rekensommetje 34 dagen over om te zitten. Dat is nog een hele dikke maand lang. Hij had haar horen telefoneren en ineens waren de stoppen bij hem doorgeslagen. ”Ik maak haar dood”, dacht hij. Hij greep een gewichtshalter en sloeg haar daarmee neer.

In februari komt de 71- jarige man weer vrij. Gelukkig maar. Hij heeft zijn hele leven niets met justitie van doen gehad, vandaar ook de laag uitgevallen straf.

En dan?

Is de scheiding dan reeds in werking gezet?  Zijn ‘vrouw’ uit huis? Staan er bewakers om zijn erf? Heeft zijn vrouw inmiddels een geweer gekocht? Een groot slagersmes aangeschaft? Krijgt hij hulp? Krijgt zij hulp? Of nog erger: komen ze weer bij elkaar terug? En dan nog de vraag die me bezighoudt: zie ik hem terug in de rechtbank, in 2012?

Zal de 71-jarige man geschrokken zijn van zichzelf? Of zal hij denken: ”Nou, de moeite bijna niet waard, die maanden zitten, ik doe het nog eens en dán goed. Dan word ik hooguit ontoerekeningsvatbaar verklaard en zit ik nog een jaartje, want zo gaat dat in Nederland”.  Dat kán, dat hij dat denkt.

Ik hoor u denken.

Misschien was het uw buurman wel, of een verre neef, de klusjesman van vroeger voor uw cv-ketel, uw oude leraar Nederlands, de voorzitter van de biljartclub, een directeur van het één of ander, misschien stond hij achter u in de rij bij de kassa. Misschien was hij ooit rechter of advocaat.

“ik maak haar dood”, dacht hij.

Ineens? Of kwam hij tot zijn daad na jaren van ellende, ruzies, verkeerde keuzes, spijt van verloren jaren bij haar. Nooit durven scheiden vanwege zijn inwonende dochter. En dan die akelige stem van haar. Hij stond op van de bank, greep de halter en mepte haar neer.

In iedereen zit een duistere – en misschien wel- gevaarlijke kant. Daar ben ik van overtuigd. Zeker na wat ik wekelijks zie in de rechtbank.

Iedereen heeft een valse, of vuile kant. Een niet- leuke kant. Een geheim, een soort van tweede leven. Een kant waarvan men denkt dat degene het niet heeft. En waar men versteld van kan staan. We kennen er allemaal één, of hebben ooit met iemand te maken gehad van dit kaliber, al dan niet wetend.

Zo zijn er mannen die vrouwen verkrachten, oude vieze mannetjes die meisjes van 15 uitlokken tot het doen van onzedelijke dingen, mannen van 23 die meisjes van 14 drogeren met als uiteindelijk doel: de prostitutie in, vrouwen die hun baby bewust uithongeren, bijstandsmoeders die babyvoeding stelen uit een winkel omdat ze het niet kunnen betalen, overvallers die spijt hebben van hun geweld met traumatisch gevolg voor de slachtoffers, vaders die hun kinderen bewust niet meer wíllen zien, rechters die lunchen met de advocaat van een verdachte, advocaten die koste wat kost willen verdedigen, tot smaad en laster aan toe.

In iedereen zit een ‘dader’. Ieder kan -indien de keuze is gemaakt- veranderen in een dader. Een dief. Een moordenaar. Een beest met afschuwelijke plannen. Een drugscourier, een geldwolf, een oplichter.

Ik noem Marianne Bachmeier, de vrouw die de verkrachter en moordenaar van haar 5-jarige dochter in de rechtszaal met zeven kogels om het leven bracht.

Uiteindelijk is iedereen in staat tot zo een daad.

Volgende week gaat mijn column weer over deze personen. Een nieuw jaar. Met nieuwe verdachten en misschien wel  ‘oude bekenden’  in de rechtszaal.

Ik wens u  een crimineel goed 2012 en neemt u flink wat oliebollen vanavond maar let op: u weet uiteindelijk nooit wie ze heeft gebakken…

Dit bericht is geplaatst in Rechtbankverslagen met de tags , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *