Zwijgplicht

Ssssssssssssssssssssssssssssssssttt…

Als rechtbankverslaggeefster hoor je in de zittingszaal de meest vreselijke dingen. Die beschrijf je tot een column of nieuwsbericht.

Van moord tot poging doodslag, van een kind van 11 jaar wat zwanger is geworden van haar eigen vader, afzetting, heling, loverboypraktijken: alles komt voorbij.

Wekelijks. Dagelijks.

Daar heb je als journalist of columnist mee om te gaan.

Moeilijke zaken: je ligt er -als het goed is- niet van wakker.

 

Toch komt het met enige regelmaat voor dat een bepaalde zaak je blijft achtervolgen. Dat is niet omdat je dat wilt. Dat komt omdat omstanders, getuigen, slachtoffers, ouders van slachtoffers je via de site weten te vinden. Zij maken zich grote zorgen maken om een op vrije voeten gekomen dader van het leed wat hen is overkomen.
Ongevraagd wordt je dan als columnist benaderd met de vraag je informatie kunt verstrekken die van belang kan zijn voor hun zoon of dochter. Hun bezorgdheid is begrijpelijk. Zeker als het om een verkrachting gaat of ontvoering. Loverboy-praktijken. Zaken waar je als ouder zeker wakker van ligt.

 

Je speelt als columnist, journalist echter geen informatie door(die je niet hebt overigens). Dat is niet je baan. Niet je recht. Je bent geen speurneus van beroep en hoort niet bij politie of recherche. Je hebt beroepsgeheim en dient uitermate vertrouwelijk met stukken om te gaan. Je bent schrijver. Punt.

 

Bij deze: Ik kan, wil en ga nooit informatie verstrekken. Zwijgplicht heet zoiets.

Ik zou geen mens zijn als de zorg die een ouder heeft over zijn of haar dochter of zoon mij niet in de koude kleren gaat zitten. Ik heb echter het rechtssysteem niet geschapen. Ben daar slechts een minuscuul onderdeeltje van.
Hoe ik ook denk over een zaak –vaak is daar wel iets van te proeven in een column- is mijn mening, mijn zaak. Ik mag mij niet laten uitlokken tot het doen van uitspraken welke de verdachte zou kunnen schaden.

 

De telefoonnummers die me worden gegeven om te bellen; ik doe daar niets mee. Ik bel namelijk niet. Ik stuur een fatsoenlijke mail terug met daarin wat ik hier beschrijf. Dat ik niets doe, niets weet en geen informatie heb.

 

Ik beschrijf de ontvoerders van uw dochter. De moordenaar van een bodyguard. De doodslag. De hennepteelt. De smerige loverboys van dik in de 20 die uw dochter pas met rust laten als ze in de cel zitten. De mishandeling van uw zoon. Het stalkgedrag van uw ex. De dief van uw auto. De inbreker die uw schoonzoon blijkt te zijn. De heler. De steler. De boef en het tuig.

 

Ik mag schrijven. Leed beschrijven. Niets meer. Niets minder.

Dit bericht is geplaatst in Andere verhalen, Rechtbankverslagen met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *