Op verzoek – Be(ver)wondering

vlinder2012. Het is een koude, regenachtige ochtend ergens in november. Mijn lange mantel, niets zo vertrouwd als deze oude jas, gooi ik met een zwier en een zwaai om me heen.  Bij het indraaien van de linkerschouder wikkel ik ook de wollen shawl om mijn hals. Het op slot draaien van de woning doe ik zonder knipperen met mijn ogen terwijl ik kijk naar de klinkers op het tuinpad. Dit pad beloop ik al jaren op dezelfde manier in een voor mij gemakkelijke beweging. Zonder er bij na te denken. Slot, draai, loop.

Het is nog vroeg in de ochtend als ik op weg ga naar een afspraak met mezelf. Twijfels, onzekerheden, het opnieuw leren waarderen, verwonderen, bewonderen, emotie, kracht, het  ‘nu’. Ik mag hieraan gaan werken van mezelf. Hoe heerlijk voelen die woorden, denk ik, terwijl ik de radio van de auto zachter zet om met niet al teveel kabaal het terrein op te rijden. Werken aan mij! Even voel ik zenuwen maar al snel verdampt dat in voorzichtige bewondering . Een kort moment voor mij alleen. Ik flik deze week, praat ik mezelf moed in.

Ik parkeer op een plaats vlakbij de ingang van het enorme gebouw waar ik de komende dagen zal leren van anderen en van mezelf.  Dit zijn cadeaus in het leven. Kansen. Inzichten. Na een korte kennismaking mag ik samen met vier -mij totaal vreemde- mensen, op zoek gaan naar alles wat je zomaar op je pad ziet verschijnen in de enorme tuin, gelegen achter het landgoed. De eerste, mijn leven voorgoed veranderende opdracht luidt:  ‘Zie. Kijk. Verwonder je over alles wat je ziet. Bekijk in verwondering, als door de ogen van een kind. Het kleinste blad, de ruwste steen. Neem iets mee waarvan je denkt dat het bij je mag gaan horen.’

Onwennig maar vooral onzeker loop ik samen met vreemden  -waarvan ik nog niet het kleinste vermoeden heb dat het mijn vrienden voor het leven gaan worden-  door de prachtige wilde tuinen, afgebakend met siergrassen, zitbanken en rustgevende vijvers. Mijn kinderoog valt onbedoeld op een tak vlak voor mijn voeten. Een takje met twee zijtakken, buigend naar links en naar rechts. Of zal ik zeggen; links óf rechts. Hoe duidelijk kan de boodschap zijn. In het leven vóór de retraite zou ik de tak niet eens hebben gezien, nu raak ik ontroerd van het kijken naar de late, nooit ontloken knoppen. Alleszeggend.

Bekijk alles, als door de ogen van een kind. Verwonder je. Zie alles voor de eerste keer.’ Wij zoekende zwervers. We praten met elkaar. Wij vreemden voor elkaar, wij bewonderaars van elkaars ogenschijnlijk perfecte leven. We delen voorzichtig levensverhalen en laten al wandelend voorwerpen aan elkaar zien. Als kinderen zo blij met een stukje bewondering voor elkaars gevonden schatten. “Wat een mooie steen heb jij gevonden. Bijzondere vorm!” Zomaar gevonden in de werkelijk schitterende tuin. Blad, tak en steen. Gebutst, groots en ruw.

In totale verwondering over alles wat ik zie en hoor, doe en leer in die ene –veel te korte- week, groeit een enorme bewondering naar de mensen die ik heb mogen leren kennen en nog mooier; er groeit iets in mij. Voor mij. En misschien wel voor het eerst. In luttele seconden herken ik het woord dat bij dit gevoel past. Het is een gevoel van bewondering.  In deze week neem ik onbewust afscheid van bepaalde gewoontes en van mensen waarvan ik denk dat ze niets toevoegen in mijn leven. Verwondering schijnt de beste basis te zijn voor een goed idee of een juiste beslissing. Ik wil af van twijfel. Ik wil niet meer wijken voor iets waarvan ik weet dat het voor mij niet natuurlijk is. Ik wil op weg gaan naar leven met verwondering in mijn kielzog.

We omarmen elkaar bij het verdrietige afscheid. Vol bewondering voor elkaar maar vooral voor onszelf nemen we iets mee voor de rest van ons leven. Blij met dat wat ik in een aantal dagen tijd heb gewonnen voor mijzelf, stap ik in de auto. Met de stilte-en doe retraite nog vers in mijn achterhoofd is alles wat ik zie en hoor tijdens het rijden hard. Bijna smaakloos. Het maakt me intens  verdrietig en ik voel bewondering voor mij. Want ik laat toe. Na een kwartiertje rijden zet ik de auto aan de kant van een weiland en stap uit. Op mijn hurken naast de auto, veilig en voor niemand zichtbaar, huil ik als voor het eerst. Als ware ik een kind. Eenmaal tot bedaren gekomen valt mijn oog op een steentje in het gras. Ik inspecteer, voel, kijk en verwonder me over de vorm. Het troost me. Het heeft al anderhalf jaar plaats in mijn tas. Wandelt mee op mijn weg.

Verwondering is prachtig om te beleven. Mensen hebben een punt als ze roepen dat we ons moeten blijven verbazen over de wereld om ons heen, de kleinste dingen die we zien. Ik had dit immers ook niet kunnen schrijven als ik me niet had verwonderd over iets alledaags en bijzonders als verwondering.

 

 

 

 

 

* ‘Op verzoek’ is een gezamenlijk initiatief met Anke de Lange (Binnenkijkjes en ‘ook leuk om te lezen’) Na een duo blog rond de kerstperiode kwamen er verzoeken van diverse lezers om een blog te schrijven over een bepaald thema.

Anke en ik hebben besloten hier een maandelijks terugkerend item van te maken.

 

Foto: J.B. Smalbil.

Dit bericht is geplaatst in Andere verhalen, Op verzoek met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *