“Ik stak hem niet expres”

 

mesVoor de deur van de zittingszaal staat een scootmobiel. Er strompelt een man langs het stuur en hij wankelt naar binnen. Ben (59 jaar). Hij loopt al jaren slecht. Wanneer hij uiteindelijk zit komen de rechters binnen. Ben woont in een huis met andere mannen. Samen delen ze een hal of de keuken. Ben zou zijn medebewoner met een mes hebben gestoken. Art. SR 287. Poging doodslag.

Ben is een grote, Surinaamse man. Hij draagt joggingkleding. Hij oogt ontspannen. Het is namelijk, zo verklaart hij, nooit de bedoeling geweest zijn huisgenoot in het gezicht te steken.

Het is 30 juli 2012. Er komt een gesprek met zijn huisgenoot tot stand over uitkeringsgeld. Ben zegt dat het al op de bank staat. Dat valt het slachtoffer ineens verkeerd. Hij heeft zich niet te bemoeien met zijn geldzaken. Ben kiest het hazenpad en begint in de keuken af te wassen. Op een gegeven moment ziet hij iemand op hem afkomen met een bezemstok. Ben bedenkt zich niet, draait zich om en zwaait met het mes dat hij zojuist wilde afwassen heen en weer. Zijn huisgenoot wordt daarbij geraakt maar Ben ziet later pas dat het hem was. “Ik moest mijzelf redden.”, zegt hij ter zitting.

Beide huisgenoten verklaren anders. Zij wonen samen in een kamer in hetzelfde appartement. Ben zou juist van de trap zijn gekomen en wilde steekbewegingen hebben gemaakt naar het slachtoffer. Ook toen ze de deur dichttrokken zou hij nog hebben getracht door de smalle opening te steken.

Ben: “Dat kan toch nooit? Ik kan amper lopen en helemaal de trap niet op.” Het slachtoffer heeft een wond in zijn hals van 5 centimeter lang en drie centimeter diep. Het moest worden gehecht.

Ben is in aanloop naar de zitting verhuisd. Naar een fijn appartementje. Hij leeft erg op zichzelf maar daar voelt hij zich heel prettig bij, zegt hij tegen de rechters. Wanneer Ben moet opstaan om aan de hand van een foto aan de rechters te tonen waar de hal nu precies was, is zichtbaar hoe slecht hij loopt door zijn ruggemergziekte.

Vanwege zijn handicap is Ben vrijgesteld van sollicitatieplicht. De officier van justitie eist dan ook geen werkstraf. Hij heeft kinderen in Suriname. Het liefst zou hij daar naartoe gaan maar zijn handicap, zijn schaarse middelen en schulden dwingen hem hier te blijven. “Ik ben ook al de helft van mijn leven hier.” Een geldboete wordt ook een moeilijk verhaal. Thuisdetentie zou kunnen, Ben komt vanwege zijn handicap amper buiten de deur.

Ben gebruikt, in tegenstelling tot zijn oud-huisgenoten, geen drugs en geen alcohol. De kans op recidive is laag. “Als ik had geweten wie er achter mij stond, had ik nooit gezwaaid. Ik zag het pas later. Toen was het kwaad al geschied. Het spijt me zo erg wat er met hem is gebeurd.”

De eis van de officier formuleert ze zo dat Ben moet hebben gehandeld uit noodweer. Het slachtoffer stond in de kleine keuken zo dicht op Ben dat er risico bestond op zwaar letsel. Ben handelde uit noodweer. Ze eist ontslag van alle rechtsvervolging (OVAR)

 

* Mijn rechtbankverslagen zijn gebaseerd op de werkelijke gebeurtenissen. De namen van slachtoffers, verdachten en daders zijn gefingeerd. Soms ook woonplaatsen, uit veiligheidsoverwegingen voor betrokkenen, slachtoffers en (misdaad)journalisten.

 

Foto: Foter.com, rechtenvrije foto’s

Dit bericht is geplaatst in Rechtbankverslagen, Uitspraken met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *