“Ik houd me niet bezig met die schuur”

hennep“Wat weet ik daar nou van, wie er in die schuur komt. Dat ding zat nooit op slot. Als er iemand in die schuur moet, dan sta ik daar niet telkens bij, hoor.” Hij is broodmager. Trilt als een rietje en houdt zijn beide handen aan de zijkant van zijn gezicht alsof hij niet wil horen wat de rechters hem te zeggen hebben. De 57-jarige Daan, daar wordt over gepraat in het dorp. Het gerucht gaat dat  zijn boerderij bol staat van de hennep. Het ding staat leeg en wie maar wil kan wat spullen plaatsen. ‘Er staan zelfs meubels van mensen die uit Italië willen emigreren. Ik houd me niet bezig met wie er wel of niet komt.’ Misschien had Daan dat beter wel kunnen doen of nog sterker; misschien deed hij dat ook gewoon wel.

‘De helft van mijn klanten blijft weg’

Daan heeft een cafeetje. Het gaat hier om een klein café in een klein dorp waar men snel op de hoogte is van geruchten.  Daan zou zijn boerderij verhuren. De link naar een bekende van Daan, een opium antecedent genaamd Jan, is snel gelegd. Deze man is vaak gezien bij de boerderij. Onderzoek volgt.  Een agent ziet dat er een soort van verbouwde ambulance naar binnen wordt gereden op het moment dat hij aanbelt. Er wordt snel een schuurdeur dichtgedaan. Niemand doet open. De daarop geplande vlotte inval levert  1348 planten op, en een enorme afzuiginstallatie. Er is duidelijk met de elektriciteit geknoeid. Een plus een is twee. Of toch niet?

Bewezenverklaring

Daan kende de verdachte Jan. Was die informatie voldoende? Ook was Daan eigenaar van het pand. Hij stond met zijn vrouw ingeschreven op het adres van de boerderij.  Bij de politie verklaarde Daan voorzichtig dat er in het verleden afspraken zijn gemaakt over de schuur en wat auto-onderhoud. Ter zitting trekt hij deze verklaring weer in. ‘Ik weet niet eens hoe hennep er uit ziet! Ik sta al drie jaar bol van de stress, ik slaap niet meer. En mijn café? Meer dan de helft van mijn klanten blijft weg.’ Hij stipt nog aan dat hij is behandeld als een drugscrimineel en door politie heel erg onder druk is gezet.

‘En dan zijn we er.’  zegt de officier van justitie. Zij komt tot een bewezenverklaring.

‘Het zal allemaal wel dat hij niet wist van een hennepkwekerij maar meneer wist wel van de stroomomleiding. Hij heeft vast verdiend aan de handel en in ruil daarvoor mocht deze Jan onderhoud aan zijn auto doen. We hebben het hier over een afspraak met gesloten portemonnee.’ Wel zegt ze daarbij dat de inval niet had mogen plaatsvinden op basis van een simpele constatering: ‘man bij een lege boerderij’. Foutje. Wel was het de boerderij van Daan. Hij had moeten weten wat zich daar afspeelde. Het is zijn pand waar de planten in rijen stonden. Ze eist, omdat de zaak erg oud is (2010) een taakstraf van 80 uren.

De een wel, de ander niet

Het onfrisse aan deze zaak is dat de strafzaak tegen Jan, de man van de planten, de oogst, geseponeerd is wegens onvoldoende bewijs. Daan mag wél voorkomen. Hij zou ook eigenlijk moeten betalen maar omdat het wederom zo’n oude zaak is, zegt de officier dat  ‘wegens niet voldoende onderbouwing’ hij niet hoeft te betalen. Een taakstraf van 80 uren, niets betalen en hij mag gewoon naar huis. Daan weet niet wat hij hoort.

 

 

 

 

Dit verhaal van mij verscheen eerder op The Post Online.

Foto: Free stock foto’s. Foter.com.

Dit bericht is geplaatst in Rechtbankverslagen, Uitspraken met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *