Het kleiner wordende gezin

bij de boer columnHeimwee

Het is een uur of vier, denk ik. Er zijn andere dingen dan de tijd waar ik me hier in dit prachtige oord druk over maak. De maaltijden bijvoorbeeld, en de stroomvoorziening. En het gesprek met mijn dochter, zo’n 1200 kilometer verderop. Ze klinkt moe. Ze werkt keihard deze dagen. Aan rust nemen komt ze niet toe. Mijn schuldgevoel borrelt op. Was ze maar hier, denk ik, terwijl ik mijn bikini voor een lange jurk omruil. Ik schenk me een glaasje in. Normaal doe ik dat nooit overdag maar ik heb vakantie, dus mijn principes gaan makkelijker overboord. Vakantie. Dit jaar waarschijnlijk voor het laatst met mijn steeds kleiner wordende gezin met steeds volwassen wordende kinderen. Het zijn prachtige jonge volwassenen, die steeds meer hun eigen weg gaan. Hoe het er allemaal over een jaar uit gaat zien weet natuurlijk niemand, maar ik weet zo langzamerhand wél dat er sneller dan ik wil een tijd komt, dat ik hier zonder kinderen zit. Op mijn meest geliefde plek. Aan het meer. Tussen rivier en glooiend landschap. Mijn moedertaak zal er dan nog lang niet op zitten, maar het voelt wat overbodig. Ik geniet van de rust hier en wat het met mij als mens doet. Terwijl ik me afvraag wat ik vanavond in de pan ga gooien, ontvang ik een WhatsApp van dochter. Of we even kunnen bellen. Dit laat ik me niet twee keer vragen. Ik gris mijn telefoon van tafel en toets haar foto in. Een lachend en vooral lief en open gezicht kijkt me aan op die foto. Wat ben ik blij dat ik haar stem hoor. Ik hoor onmiddellijk de vermoeidheid. Gaandeweg het gesprek zegt ze dat ze ook hier wil zijn, bij ons. Lekker in de hangmat. “En volgend jaar ga ik gewoon weer mee, want ik heb heimwee van jullie”, snikt ze. Ik troost 1200 kilometer ver weg tot ze wat kalmer wordt en weer een grapje maakt. We lachen en zeggen tegelijkertijd: I love you. Nadat ik haar beloof meer foto’s te sturen en morgen weer even met haar te bellen, verbreken we, na nog wat lekker kletsen, de verbinding.

Schuldgevoel

Het schuldgevoel kruipt weer op. Heb ik genoeg gedaan. Heb ik genoeg gegeven. Heb ik genoeg genoten van mijn kinderen. Heb ik niet teveel gewerkt. Ben ik voor hun gevoel genoeg bij hun geweest al die -nu bijna 19- jaren. Heb ik werkelijk alles er uit gehaald in de 24 uur per dag, 7 dagen in de week, altijd de kinderen. heb ik genoeg tijd voor mezelf gehad. Waarom voel ik me schuldig. Al die jaren had ik amper tijd voor mezelf. Waar andere ouders om beurten de kinderen deelden, deed ik het verdomme altijd alleen. Wel met de liefste mensen om me heen, maar toch. Schommelend in de hangmat, kijk ik omhoog. Ik zie meters zorgeloze, blauwe lucht. Voel me zo zalig ontspannen en denk ineens: Weet je? Ja. Jij hebt genoeg gedaan. Meer dan. Je hebt hard genoeg gewerkt. Ook meer dan. Je moest wel. Ook in de avonden. Ja, je hebt alles gegeven en vooral veel gelaten voor het welzijn van de kinderen. Nooit was er ruimte voor andere dingen dan de kinderen, en eigenlijk was er nooit echt ruimte voor mij. Ook niet in mijn hoofd. Voor de dingen die ik wilde. Ik had nog dromen. Geen drama’s, hoor. Ik-tijd kwam wel. En die tijd is hier nu. Ik merk dat al een paar maanden. De eerste plaats is altijd voor mijn drie musketiers en dat blijft zo, maar ik voel voorzichtig wat ruimte. Ondanks het incomplete gevoel hier ver in Frankrijk, kan ik daar heel goed vrede mee hebben.

Megacool

Mijn jongste van de drie musketiers komt cola en chips halen. Even kort, want het zwembad vol met meisjes lokt, en hij heeft sjans met een mooie Franse brunette. Dat ik het even weet. Hij geeft me een vette knipoog. Cool en breed, met zijn prachtige bouw, danst hij in en uit het camperbusje. Met een zak knabbels loopt hij met een zwier en een zwaai in de richting van het zwembad. Ik grijp mijn kans. “Vind jij mij een goede moeder?” Ik voel ineens de noodzaak dit te vragen, juist aan hem. Van de drie is hij het meest transparant, en vooral direct en duidelijk. Hij draait zich met zijn gebruinde lijf om en zegt kort: “De beste. Echt.” Wanneer ik hem zeg dat dit voor mij belangrijk is om te weten, geeft hij in één zin op al mijn in mijn hoofd opgeborrelde vragen. “Je wás er niet alleen altijd, dat ben je nóg. Je bent mega-cool en ik weet niet beter dan dat jij er altijd voor ons staat. Dag en nacht. Doei!” Hij plant een kusje op mijn hoofd en zegt: “Tik ‘m aan!”

Ik tik ’m aan, en schenk mezelf een wit wijntje.

 

Foto: J.B. Smalbil. (C)

Dit bericht is geplaatst in Andere verhalen, Uitspraken met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *