“Ze is dus weer vrij. Vrij vrouw of vrij moeder, of zo. Hoe noem je zoiets?”

20161110_105620-1

Vandaag trof ik een oud-collega in een supermarkt. We hadden elkaar jaren niet gezien. We kletsten als vanouds. We praatten wat over ons werk in de jaren ’90 in de Drentse hoofdstad, en over onze huidige levens en werkzaamheden.

Toen ze hoorde dat ik (onder meer) werk vanuit de rechtbanken in Noord-Nederland, vroeg ze of ik wel wist dat de ex-vrouw van een oud-collega van ons haar kind had omgebracht in 2012.

,,Nee”, zei ik geschrokken.

Ja, ik kende de bewuste vrouw wel van personeelsfeesten en uitjes. Ze kwam ook regelmatig bij onze oud-collega, haar man, op de werkvloer langs voor een babbel en een lunchbox.

Ze was begin jaren ’90, na de geboorte van hun eerste kind, in een depressie geraakt. Dat had onze collega van toen ons verteld. Dat merkte je eigenlijk niet echt, maar achter andermans muren is het donker kijken. Je merkte het wel aan onze oud-collega, tijdens zijn werk.

Met deze toenmalige collega van ons kreeg zij drie kinderen. Ze scheidden.
Later kreeg ze nog een kindje met een man van wie ze ook scheidde. En dát kindje verstikte ze met een kussentje op haar peutergezichtje.

Daarna meldde ze zichzelf bij de politie.

De tragische peuterdood bereikte destijds de landelijke media, dat weet ik nog. De gruwelzaak was mij bekend door de rechtszaak die plaatsvond in de Asser rechtbank.

Maar nooit linkte ik haar, met haar inmiddels meisjes-achternaam, aan mijn toenmalige collega met wie ze ooit getrouwd was geweest en drie kinderen had gekregen. Laat staan dat ik haar überhaupt linkte aan het doden van een kind.

Arme hij. Hij was zo een goedzak. Arme drie kinderen van hen samen. Arme peuter en arme vader van de peuter. En arme zij. Jazeker.

Ik weet nog dat mijn collega’s met hun partners in die tijd regelmatig op bruiloften van andere collega’s kwamen. Zij kwam dan mee. Ze staat nog op films. Een oude videoband van een van die feesten heb ik in mijn bezit.  Ze danst, ze lacht en zwaait olijk in de camera. Ze hadden voor een van die feesten oppas geregeld voor hun kinderen. De ‘hakken’ konden los.

Ze werd een jaar na het drama veroordeeld tot acht jaar cel. De rechtbank achtte moord op haar peuter bewezen, omdat ze bewust had nagedacht over haar daad. Ook had ze het slapende kleintje, voorafgaand aan de verstikking, om vergiffenis gevraagd. Haar straf zat ze, wegens een persoonlijkheidsstoornis, deels uit in een psychiatrische kliniek. Dat hadden deskundigen de rechtbank geadviseerd.

Een aantal weken geleden had ze ineens voor een balie van weer een andere oud-collega van ons gestaan.

,,Ze is dus nu alweer vrij vrouw. Of vrij moeder. Of zo. Hoe noem je zoiets?”, zei mijn oud-collega vanmiddag. Ze was duidelijk verbaasd over de strafmaat. ,,Het kan dus blijkbaar, dat je dan als moeder gewoon doorgaat met leven of zo?”, vulde ze nog aan.

Enkel een ,,Joh”, wist ik uit mijn droge keel te persen. Lijkbleek rekende ik even later mijn boodschappen af.

En ik weet dat het kan. Dat het weleens gebeurt. Kindermoorden.
Ik hoor het in de rechtbanken. De gebeurtenissen ter plaatse. De bevindingen van artsen en andere deskundigen. De verklaringen en soms verzinsels van de (later) veroordeelden. De soms walgelijke details tijdens de zitting. Ik hoor de uitspraken van de rechtbank. En op de publieke tribune achter mij hoor ik grootouders snikken.

Het kan. Maar zij?

Een bewezen kindermoord, een zaak, het verhaal, rechtszaak of uitspraak: ik ben er altijd beroerd van.

Maar dít verhaal schokt me ronduit.

 

 

 

  • De woonplaats en initialen van de slachtoffers en van de vrouw in kwestie heb ik achterwege gelaten.

 

Dit bericht is geplaatst in Andere verhalen, Misdaadverhalen, Rechtbankverslagen, Uitspraken met de tags , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *